Mirecourt is een stad in het departement Vosges in de regio Grand Est in Frankrijk, gelegen in de vlakte van het Xaintois aan de rivier de Madon, die wat verderop uitmondt in de Moezel. De stad telt circa 6.400 inwoners en staat bekend als de hoofdstad van de Franse lutherie en als centrum van de Lorrainse kantkloskunst.
In Mirecourt vind je het Musée de la Lutherie et de l’Archèterie française in de Cour Stanislas, de Maison de la Dentelle, de Maison de la Musique Mécanique, de zeventiende-eeuwse markthal, resten van de stadsmuur aan de Rue des Remparts, de parochiekerk met een bijzondere twintigste-eeuwse kruisweg en de Chapelle de la Oultre aan de Madon.
De eerste schriftelijke vermelding van Mirecourt dateert uit 960. De naam gaat terug op het Latijnse Muricum. De ligging van de stad aan de oude route van Langres naar Straatsburg wijst op een eerdere, mogelijk Romeinse oorsprong. In de middeleeuwen werd de stad omgeven door vestingmuren en groeide zij uit tot een van de rijkste steden van het toen nog onafhankelijke hertogdom Lotharingen. Aan het einde van de zestiende eeuw vestigden de eerste luthiers zich in de stad; de archieven vermelden in 1606 al “makers van violen”. De Dertigjarige Oorlog bracht verwoesting: Franse troepen bezetten de stad, de vestingwerken werden ontmanteld en talrijke statige huizen werden geteisterd. In de achttiende eeuw begon het herstel; hertogin Elisabeth-Charlotte van Lotharingen verhief de lutherie tot een officieel ambacht met eigen regels en organisatie. In die periode groeide het aantal luthiers van vier tot meer dan honderd. In 1766 werd Lotharingen officieel bij Frankrijk gevoegd. Het hoogtepunt van de kantkloskunst viel in de negentiende en vroege twintigste eeuw, toen duizenden vrouwen in de dorpen rondom Mirecourt hun kant klossen, terwijl hun mannen in de lutherie werkten. In 1970 werd de Nationale School voor Lutherie opgericht, vernoemd naar de beroemde Mirecourtse luthier Jean-Baptiste Vuillaume. De school trekt jaarlijks leerlingen van over de hele wereld.